Deze voorspankracht zorgt ervoor dat de verbonden onderdelen voldoende tegen elkaar worden geklemd en tijdens belasting niet ten opzichte van elkaar bewegen.
Toch betekent hetzelfde aanhaalmoment niet automatisch dat ook dezelfde voorspankracht wordt bereikt. De omstandigheden in de verbinding – en met name de wrijving – spelen hierin een belangrijke rol.
Wat is een aanhaalmoment?
Het aanhaalmoment is het draaimoment waarmee een bout of moer wordt aangedraaid.
Tijdens het aandraaien wordt het aangebrachte moment onder andere gebruikt voor:
- het overwinnen van wrijving in de schroefdraad;
- het overwinnen van wrijving onder de boutkop of moer;
- het oprekken van de bout en daarmee het opbouwen van voorspankracht.
Een groot deel van het aangebrachte aanhaalmoment wordt gebruikt om wrijving te overwinnen. Slechts een beperkt deel draagt daadwerkelijk bij aan het oprekken van de bout en het creëren van de gewenste voorspankracht.
Dat maakt wrijving een belangrijke factor in de uiteindelijke kwaliteit en voorspelbaarheid van een boutverbinding.
Waarom ontstaat niet altijd dezelfde voorspanning?
Een veelvoorkomende misvatting is dat hetzelfde aanhaalmoment automatisch dezelfde voorspankracht oplevert.
Dat is niet het geval.
Twee identieke boutverbindingen kunnen bijvoorbeeld beide worden aangedraaid tot 100 Nm, terwijl de uiteindelijk behaalde voorspankracht toch verschilt.
Een belangrijke oorzaak hiervan is de wrijvingscoëfficiënt (μ). Deze kan onder andere worden beïnvloed door:
- coatings;
- corrosie;
- vervuiling;
- de oppervlaktegesteldheid van de contactvlakken;
- de aanwezigheid en kwaliteit van smering.
Wanneer de wrijvingscoëfficiënt verandert, verandert ook de verhouding tussen het toegepaste aanhaalmoment Mₐ (Nm) en de behaalde voorspankracht Fᵥ (kN).
Dezelfde instelling van een momentsleutel kan daardoor onder verschillende omstandigheden leiden tot een andere voorspankracht.
De invloed van wrijving
Voor een betrouwbare en reproduceerbare boutverbinding is het daarom belangrijk dat niet alleen het aanhaalmoment wordt beheerst, maar ook de wrijving in de verbinding.
Wanneer de wrijvingscoëfficiënt varieert, neemt ook de spreiding in de behaalde voorspankracht toe. Een stabiele en voorspelbare wrijving helpt deze variatie te beperken.
Juist daarom is de conditie van de verbinding een belangrijk onderdeel van een gecontroleerd montageproces.
De rol van droge smering
Bij Lubo kijken we daarom verder dan alleen het voorgeschreven aanhaalmoment.
De droge smering van Lubo zorgt voor een lage en constante wrijvingscoëfficiënt (μ). Hierdoor wordt de relatie tussen aanhaalmoment en voorspankracht beter beheersbaar en kan de spreiding tussen verschillende verbindingen worden beperkt.
Dit draagt bij aan een reproduceerbaar montageproces en een voorspelbare voorspankracht in de boutverbinding.
Daarnaast zijn Lubo Fasteners direct klaar voor gebruik. Er hoeft tijdens de montage geen losse montagepasta of vetsmering te worden aangebracht, waardoor ook de smeringsconditie tijdens het montageproces beter beheersbaar blijft.
Aanhaalmoment is slechts een deel van het verhaal
Het voorgeschreven aanhaalmoment (Mₐ) blijft een belangrijke montageparameter, maar bepaalt niet zelfstandig de kwaliteit van een boutverbinding.
De uiteindelijk behaalde voorspankracht (Fᵥ) wordt in belangrijke mate beïnvloed door de wrijving in de verbinding. Een gecontroleerde wrijvingscoëfficiënt (μ) en consistente montagecondities zijn daarom essentieel voor een betrouwbaar en reproduceerbaar resultaat.
Pas wanneer zowel het aanhaalmoment als de factoren die de wrijving beïnvloeden worden beheerst, kan de gewenste voorspankracht betrouwbaar en reproduceerbaar worden bereikt.